Bij de gedachte aan een belangrijke toets of presentatie klopt in je keel, je bent misselijk of het zweet breekt je uit. Je piekert, stelt uit en kan je niet meer goed concentreren.  In je hoofd heb je al een onvoldoende te pakken en je bent nog niet eens begonnen met de voorbereiding…. Klinkt bekend? Dan heb je naar alle waarschijnlijkheid last van faalangst.

Faalangst kan heel belemmerend werken waardoor je minder goed presteert dan je eigenlijk zou kunnen. In een interessant artikel  van een faalangstdeskundige las ik dat:

‘Wat er in feite gebeurt als je angst hebt om te falen, is dat er in je brein informatie tussen hersencellen wordt doorgegeven via bepaalde paden. Iedere keer dat je angst hebt om te falen, worden deze negatieve paden versterkt en wordt de situatie erger.

De bedoeling is om deze negatieve paden te veranderen in positieve paden. Dat je jouw angst verandert in een gevoel van zelfvertrouwen en kracht zodat je ontspannen en met plezier betere prestaties kunt bereiken.’

Herken je dit? Dan volgen hieronder 5 tips om je te helpen je faalangst onder controle te krijgen.

1. Sta jezelf toe fouten te maken; het  MOET !

Allereerst is het handig je te realiseren dat een ‘fout’ alleen maar een ander resultaat is dan je verwacht had: een ongewenst resultaat. Niet meer en niet minder. Er hangt geen waardeoordeel aan. Mensen met faalangst zijn vaak perfectionistisch. Zij willen per se geen fouten maken. Dit betekent eigenlijk dat je alles al zou moeten beheersen voordat je de eerste poging gedaan hebt. Kansloos! Realiseer je dat je, als je het allemaal al kon, je niet op school zou zitten. Fouten maken geeft je de kans om te leren.

Thomas Edison heeft meer dan 1000 pogingen gedaan om de gloeilamp uit te vinden. Toen iemand hem – na de zoveelste poging – zei dat hij het beter kon opgeven, antwoordde Edison: “Ben je gek? Ik heb meer dan 800 manieren gevonden waarop het niet werkt. Zo zie je dat om succesvol te zijn, je juist fouten moet maken.

 2. Beoordeel jezelf zoals je een ander zou beoordelen

Met andere woorden: wees zacht naar jezelf. Als je jouw omgeving net zo zou beoordelen en bekritiseren als je jezelf doet, dan zou hoogst waarschijnlijk niemand nog bevriend met je willen zijn. Wees dus niet te streng voor jezelf. Soms willen dingen even niet lukken en dat mag! Je bent ook maar gewoon een mens.

3. Wie je bent en wat je doet zijn twee verschillende dingen.

Wie je bent zegt iets over je karakter. Dit staat los van dingen die je doet. De fouten die je maakt zeggen dus niets over de persoon die je bent. Het is essentieel dat je dit verschil ziet. De fout die je maakt koppel je zo los van het gevoel van falen dat jij er zelf aan hangt en het oordeel dat je daardoor naar en over jezelf hebt. Wat je doet is niet wie of wat je bent.

4. Stel haalbare doelen.

Soms heb je het gevoel te falen ondanks dat je een heleboel werk verzet hebt en ook goede resultaten boekt. Dit heeft te maken met het stellen van haalbare doelen.  Als je jezelf te hoge eisen oplegt, bijvoorbeeld wat betreft de hoeveelheid werk die je in een bepaalde tijd wilt verzetten, dan geeft ook dat een negatief gevoel als het niet af is. Don’t set yourself up for failure! Plan je werk zo dat het ook echt haalbaar is in de tijd die je ervoor neemt. Plan liever een reeks kleine subdoelen die allemaal bijdragen aan het grote einddoel. Zo zorg je voor een positieve flow omdat je alle stappen erkent en de voortgang daadwerkelijk kunt ‘afvinken’

5. Visualiseer het eindresultaat: jouw succes!

Dit lijkt wellicht zweverig, maar niets is minder waar. Kijk maar eens naar topsporters. Die beginnen hun trainingsschema met het einddoel scherp voor ogen. Ze hebben die medaille in gedachten al binnen. Het enige dat nog moet gebeuren is de daadwerkelijke uitvoering. Stel je voor hoe het voelt als je jouw doel bereikt hebt en ga in gedachten na wat je daar allemaal voor gedaan hebt. Alsof het al gebeurd is. Zo creëer je een positieve mindset en ben je tot grotere prestaties in staat.